vogelwerkgroep cronesteyn


Vogelwerkgroep Cronesteyn verwelkomt graag nieuwe leden! Meer informatie vind je onderaan deze pagina.

waarnemingen 2018

November 2018

De weilanden van het polderpark zijn eigenlijk in de winter veel leuker dan in het voorjaar. Het gaat namelijk beroerd met de weidevogels, in heel Nederland en ook in Cronesteyn. We konden dit jaar 1 territorium van de grutto vaststellen (in 2008 hadden we nog 10 territoria), 1 van de kievit (6 in 2008), 3 van de scholekster (5 in 2008) en helemaal geen van de tureluur (2 in 2016). Dat betekent dat ze nu eigenlijk sowieso met te weinig zijn om de kuikens nog effectief te kunnen verdedigen.

Vandaar dat we 's winters met veel meer plezier naar de weilanden kijken, want wintergasten zijn er lekker veel. We zitten nu al weer op 150 smienten en dat zullen er de komende maanden nog wel aardig wat meer worden. Verder zijn er slobeenden te bewonderen, krakeenden, kuifeenden en een enkele wintertaling. De meerkoeten hebben nu hun gezellige tijd en zitten als een massa zwarte bolletjes in het weiland. Grauwe ganzen zijn er op dit moment nauwelijks, wel rond de 50 Canadese ganzen en natuurlijk de vaste club boerenganzen (al jaren ca. 50 vogels). Er komen regelmatig buizerds en andere roofvogels naar prooi zoeken en ook de grote zilverreiger is weer van de partij.

Andere vaste gasten van herfst en winter zoals sijsjes, kramsvogels en koperwieken zijn ook al gespot. En dan zijn er nog de standvogels, zoals de groene en de grote bonte specht (om maar een paar mooie te noemen).

Meer weten? Kom op zondag 24 februari 2019 om twee uur naar de Tuin van de Smid voor de lezing 'Van ijsvogel tot grote zilverreiger: de vogels van Cronesteyn door het jaar heen'.

Mei 2018

In maart zagen we nog wel wat grutto's in de weilanden, maar intussen vragen we ons af of er überhaupt zijn gebleven om te broeden. Kieviten en scholeksters zien we gelukkig nog wel, al is het dan nog steeds de vraag of ze erin slagen kuikens groot te brengen onder de huidige slechte omstandigheden in Cronesteyn.

De boomklever die in maart nog in het park rondhing, is sindsdien ook niet meer gesignaleerd. Het zou ook de eerste boomklever zijn geweest die bij ons kwam broeden. Met de ijsvogels ging het de laatste jaren lekker in Cronesteyn, maar dit jaar lijkt het erop dat ze het hebben afgelegd tegen de herhaalde vorstperiodes.

Gelukkig is er ook goed nieuws, bijvoorbeeld over de groene specht die we dit voorjaar al een aantal keren hebben gespot (een oude bekende in Cronesteyn, maar ze zijn er niet elk jaar). De nachtegaal is eerder wel eens langsgekomen en niet blijven hangen, maar dit voorjaar zit er onmiskenbaar een blijvertje midden in het park en hadden we daarnaast nog een incidentele waarneming aan de parkrand. Ook oude getrouwen zoals ransuilen, buizerds, sperwers en torenvalken zijn weer van de partij dit jaar, ieder met één broedend paartje. De zeer bescheiden kolonie boerezwaluwen bij de Tuin van de Smid lijkt te zijn uitgebreid naar zeker twee paar. Ons onervaren paartje ooievaars is er de afgelopen jaren niet in geslaagd jongen groot te brengen — zal het ze dit jaar wel lukken? De voortekenen waren gunstig, ze zaten braaf te broeden en maakten meer werk van het uitbouwen van het nest, maar de laatste keer was er zo te zien toch niemand thuis. We zullen maar hopen dat ze gewoon diep weggedoken zaten vanwege het frisse weer.

Dat laatste geldt eigenlijk ook voor de lepelaars, die zo'n vijf jaar geleden een kolonietje hebben opgestart in gekraakte reigernesten maar die zich intussen toch weer lijken te hebben bedacht. We hebben ze wel zien foerageren in de slootjes van het park, maar nog geen nesten gespot. De reigers zelf zijn hun kolonie geleidelijk naar het Landgoedbos aan het verplaatsen: langzamerhand zitten verreweg de meeste nesten daar in de klimop. In het Landgoedbos kun je ook de bescheiden roep van de holeduif weer horen ('woe... woe...') en behalve de zang- en watervogels zijn de kauwen er lekker bezig met een kolonie in de klimop.

Dankzij het afwisselende landschap van het polderpark — behalve echt bos zijn er ook ruigtes, bosschages, weilanden en sloten met rietkragen — valt er ook dit jaar weer een heel assortiment aan leuke zomervogeltjes te beluisteren: braamsluiper, bosrietzanger, rietzanger, kleine karekiet, rietgors en grasmus. Laten we er nog maar even goed van genieten.

Maart 2018

Het is altijd een wat vreemde en spannende tijd in de vogelwereld, zo aan het begin van de lente. Zeker als het net nog zo koud is geweest zijn de wintergasten nog massaal aanwezig, vooral smienten en grauwe ganzen (gisteren ruim 240 resp. ruim 210). Aan de andere kant zitten er ook al aardig wat grauwe ganzen op nesten. Gelukkig blijven ze niet allemaal in het park broeden De blauwe reigers zijn allang aan het broedseizoen begonnen en andere standvogels zie je intussen ook met nestmateriaal. Een enkele kievit en scholekster zijn al gearriveerd en twee grutto's gaven een show bij het landen: die blijven hier. Helaas zal dat wel niet gelden voor het paartje roodborsttapuit dat zich liet bewonderen, zeldzame doortrekkers die in het park even op krachten komen. De grote zilverreiger zal er ook wel binnenkort vandoorgaan. De lepelaars en ooievaars zijn aan het uitzoeken wie er dit jaar de diverse nesten gaan bezetten.

Wat hebben we verder zoal gezien deze winter? Aardig wat krakeenden (tot 65), slobeenden (8), kuifeenden (15), wintertalingen (4), smienten in wisselende aantallen tot 370, overwinterende kieviten (12), een paartje sperwer, torenvalken, buizerds, de winterse meerkoetenvergadering (tot 180), twee van de ijsvogels (die blijven het hele jaar en er zullen er wel een paar gesneuveld zijn in de kou), een watersnip, een kramsvogel en een grote groep sijsjes.

Intussen zijn de voorjaarstellingen weer begonnen en is de eerste tjiftjaf vast al in het park aangekomen. Wordt vervolgd!


Vogelrijkdom in het park

De leden van Vogelwerkgroep Cronesteyn tellen al sinds de opening van het park, meer dan dertig jaar geleden, de vogels die er broeden. Dankzij het gevarieerde landschap van Cronesteyn zijn er aardig wat soorten te bewonderen (op dit moment rond de 55 broedende soorten). Het weidegebied herbergt grutto's, scholeksters, krakeenden en andere weidevogels, al moeten we er gelijk bij zeggen dat het met grutto, kievit en tureluur niet goed gaat. In het nieuwe beheerplan voor het park staan diverse weidevogelvriendelijke maatregelen; we hopen dat die nog op tijd komen.

In de bos- en parkachtige delen zijn allerlei zangvogels te vinden (in 2018 zelfs een nachtegaal), maar ook een indrukwekkende kolonie blauwe reigers met rond de vijftig nesten. Dankzij de sloten en rietkragen zijn ook bijvoorbeeld de kleine karekiet, rietgors en bosrietzanger van de partij. De tijdelijke baggerdepots die tot 2018 in het park lagen, leverden direct spannende nieuwe soorten op, zoals de kluut en de kleine plevier. De ijsvogels waar het de afgelopen jaren net zo lekker mee ging, zijn vroeg in 2018 allemaal gesneuveld door de vorst. De lepelaars die een kolonie leken te beginnen in het Reigersbos hebben intussen elders een rustiger plekje opgezocht.

Sinds een jaar of tien telt de VWG ook in de winter. In de sloten en weilanden verzamelen zich dan bijvoorbeeld smienten, krakeenden en diverse soorten ganzen.


Het werk van de Vogelwerkgroep

VWG Cronesteyn maakt elk voorjaar een aantal rondes om alle waarnemingen in kaart te brengen die op broeden wijzen. Acht bezoeken worden ’s ochtends vroeg gebracht, twee in de avond (voor de uilen) en een aantal overdag voor diverse eendensoorten, de reigerkolonie en de lepelaars. In de winter wordt er eens per maand overdag geteld om de wintergasten te inventariseren (met name de water- en roofvogels).
Al die gegevens worden in het computersysteem van de landelijke organisatie SOVON ingevoerd; daarnaast worden ze o.a. gebruikt voor het beheer van het polderpark.

Corinna Vermeulen (Cronesteynteller sinds 2000) vertelt: ‘Het vroege opstaan vind ik het lastigst. Maar als je eenmaal in het park bent en de eerste zonnestralen op de ochtendnevel ziet en al die vogels hoort, dan weet je weer waarom je het doet.’


Meld je aan als teller!

Wil je mee helpen tellen, dan is het wel vereist dat je algemene zangvogels als merel en zwartkop al aan hun geluid kunt herkennen. De braamsluiper komt dan ter plekke wel, want je wordt natuurlijk ingewerkt door een vogelteller met ervaring. We verwachten dat je een keer of acht per jaar meegaat op veldbezoek (4x in de vroege ochtend en 4x overdag). Aanmelding en informatie bij Corinna Vermeulen, 071–523 18 66, vwgcronesteyn@xs4all.nl


’s Ochtends vroeg zie je Cronesteyn op zijn mooist       (foto Corinna Vermeulen)



naar boven   omhoog